
Economie & samenleving
Koopkracht 2027: van min 0,3 naar min 0,1 procent, meldt het CPB
Op Prinsjesdag maakte het kabinet bekend dat de koopkracht van huishoudens in 2027 in doorsnee met 0,1 procent daalt, minder dan de 0,3 procent die het CPB in augustus nog raamde. Dit is de rekensom achter dat verschil.
· Redactie Financieel Magazine
Op dinsdag 15 september 2026 bood minister Heinen van Financiën de Miljoenennota 2027 en het Belastingplan 2027 aan bij de Tweede Kamer, meldt het ministerie van Financiën. Het cijfer waar iedereen naar keek: hoeveel houdt een huishouden volgend jaar over. Het antwoord viel milder uit dan een maand eerder. Voor een huishouden in doorsnee daalt de koopkracht in 2027 met 0,1 procent, blijkt uit de Macro Economische Verkenning 2027 van het Centraal Planbureau. Dat is minder pijnlijk dan de 0,3 procent daling waar het CPB in zijn augustusraming nog van uitging.
Van min 0,3 naar min 0,1 procent
In zijn raming van 14 augustus 2026 ging het CPB nog uit van een koopkrachtdaling in doorsnee van 0,3 procent voor 2027. Concreet trekt het pakket koopkrachtmaatregelen uit de Miljoenennota de koopkracht van huishoudens in doorsnee 0,2 procentpunt omhoog vergeleken met de raming van augustus, meldt het ministerie van Financiën. Het CPB bevestigt in de Macro Economische Verkenning 2027 diezelfde 0,2 procentpunt en wijst een hogere arbeidskorting en een verlaagd tarief in de eerste belastingschijf aan als belangrijkste verklaring. Daar staat een stijging van de zorgpremies tegenover: het kabinet stelt de aangekondigde verhoging van het eigen risico in de zorg een jaar uit, wat de zorguitgaven en daarmee de premies opdrijft, meldt het CPB.

Ook de inflatie valt gunstiger uit. Het CPB verwacht voor 2027 een inflatie van 2,7 procent, een tiende procentpunt lager dan het in augustus voorzag. Die meevaller komt vooral doordat het kabinet de accijnskorting op diesel met een jaar verlengt, aldus het CPB. De economische groei komt voor 2027 uit op 1,2 procent en wijzigt daarmee nauwelijks ten opzichte van de augustusraming, raamt het CPB.
Wat er blijft liggen

Niet alle koopkrachtwinst wordt teruggedraaid. Volgens de Macro Economische Verkenning 2027 blijft het grootste deel van de eerder voorziene lastenverzwaring in box 1 overeind; de verzachting uit het Belastingplan neemt die niet volledig weg, meldt het CPB. Ook het aandeel Nederlanders in armoede verandert nauwelijks: het CPB raamt dat percentage voor 2027 op 2,6 procent, gelijk aan 2026.
De werkloosheid loopt volgens het CPB op van 3,9 procent in 2026 naar 4,0 procent in 2027. In de schatkist zijn de hogere zorgkosten wél terug te zien. Het overheidstekort komt in 2027 uit op 2,2 procent van het bbp, 0,1 procentpunt hoger dan in de augustusraming, vooral door de hogere zorguitgaven, meldt het CPB. De overheidsuitgaven groeien daardoor harder dan het met Europa afgesproken groeipad toestaat, constateert het CPB. Voor beleidsmakers is dat een compromis: minder koopkrachtverlies voor huishoudens gaat gepaard met een iets ruimer begrotingstekort.
Een raming met onzekerheden
Het CPB benadrukt dat deze raming onzekerder is dan gebruikelijk. Zowel de ontwikkeling van de olie- en brandstofprijzen door de geopolitieke situatie als het ontbreken van een coalitiemeerderheid in de Kamer kunnen het beeld nog laten kantelen, meldt het CPB. Het ministerie van Financiën noemt zelf de oorlog in het Midden-Oosten en de gestegen prijzen als factoren die aan de koopkrachtdaling bijdragen.
Dat maakt de cijfers van Prinsjesdag een momentopname, geen belofte. Ze zijn gebaseerd op de stand van de economie op het moment van doorrekenen, op aannames over cao-lonen en energieprijzen, en op een begroting die nog door een Kamer zonder coalitiemeerderheid moet worden goedgekeurd. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen, waar de Tweede Kamer de plannen inhoudelijk bespreekt, kan de precieze invulling van maatregelen nog verschuiven. Pas bij de Najaarsnota en de volgende CPB-raming wordt duidelijk of de cijfers van 15 september 2026 stand houden.
Voor huishoudens die willen weten wat er in hun eigen portemonnee verandert, geldt dat de landelijke cijfers van het CPB een indicatie zijn en geen individuele uitkomst: het daadwerkelijke bedrag hangt af van inkomen, gezinssamenstelling, woonsituatie en toeslagen, factoren die in een landelijk cijfer niet terugkomen.


