FinancieelMagazine
Nederlands

Zonnepanelen uit de rekensom: waarom het CBS straks anders naar stroomprijzen kijkt

Als de salderingsregeling op 1 januari 2027 eindigt, verandert niet alleen de energierekening van huishoudens met zonnepanelen.

Transformatorhuisje in Hilversum tussen bomen.
Transformatorhuisje in Hilversum bij een artikel over elektriciteit van het net. DennisM · CC0 · Beeldbron Beeldcredits

Ook de manier waarop het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de prijsontwikkeling van elektriciteit meet, verandert. Het CBS gaat dan rekenen met stroom die een huishouden van het net afneemt, zonder de teruggeleverde stroom daarvan af te trekken. Toch veroorzaakt die overstap volgens het bureau op zichzelf geen plotselinge sprong in de inflatie.

Dat klinkt tegenstrijdig. Een groter aantal kilowatturen in een berekening lijkt immers een hoger bedrag te geven. Het verschil zit tussen de hoogte van een voorbeeldrekening en de beweging van een prijsindex. De consumentenprijsindex meet hoe prijzen veranderen. Het aantal gebruikte kilowatturen is een gewicht in die berekening; een wijziging van dat gewicht is niet automatisch een prijsverhoging.

Digitale elektriciteitsmeter van een Nederlands type.
Digitale elektriciteitsmeter van een Nederlands type. Beeldcredits

Nu kunnen huishoudens met zonnepanelen stroom die zij aan het net terugleveren onder de salderingsregeling wegstrepen tegen stroom die zij afnemen. Voor zijn elektriciteitsindex gebruikt het CBS daarom een gemiddeld gesaldeerd jaarverbruik. Vanaf 2027 eindigt deze verrekening. Teruggeleverde stroom geldt in de statistiek als productie door huishoudens, niet als hun consumptie. De consumentenprijsindex en de Europese HICP gaan juist over prijzen van consumptie.

Het CBS noemt de nieuwe maatstaf „brutoverbruik”. Daarmee bedoelt het in deze notitie de stroom die vanuit het net aan huishoudens wordt geleverd, zonder de teruglevering af te trekken. Zelf opgewekte stroom die direct in huis wordt gebruikt, telt ook dan niet als stroom die van het net is afgenomen. „Bruto” betekent hier dus niet alle elektriciteit die door apparaten in huis gaat.

Een voorbeeld in de CBS-notitie maakt de verschuiving concreet. In een illustratieve berekening gebruikt het bureau 1.700 kilowattuur als netto jaarverbruik en 2.900 kilowattuur als bruto jaarverbruik. Dat zijn rekenwaarden voor de uitleg, geen vast verbruik voor ieder huishouden. Het verschil van 1.200 kilowattuur mag niet worden gelezen als een aangekondigde prijsstijging. Het gaat om een andere hoeveelheid waarmee dezelfde soorten prijscomponenten worden gewogen.

In de rekenprijs zitten onder meer het leveringstarief per kilowattuur, energiebelasting, vaste leveringskosten, transportkosten en de vermindering energiebelasting. Bij een hoger berekend elektriciteitsverbruik verandert ook welk deel van die belastingvermindering aan elektriciteit en welk deel aan gas wordt toegerekend. In het voorbeeld van het CBS stijgt het aandeel van elektriciteit in de totale energiebelasting van 23 naar 33 procent. Die getallen horen bij een illustratie in de CBS-notitie; het zijn geen voorspelde aandelen voor alle huishoudens in 2027.

De rekenprijs voor elektriciteit krijgt door de nieuwe hoeveelheid een ander niveau. Voor een prijsindex vergelijkt het CBS echter prijzen op een consistente basis. De overstap van netto naar bruto wordt als een volumewijziging behandeld. Daardoor ontstaat volgens de notitie geen rechtstreeks prijseffect in de maand waarin de nieuwe methode begint. De officiële inflatie krijgt dus niet louter door deze administratieve overstap een extra percentagepunt.

Er is wel een wegingseffect. Als een variabel leveringstarief of de energiebelasting later verandert, telt die verandering bij meer meegerekende kilowatturen zwaarder door in de elektriciteitsindex. Vaste posten krijgen relatief minder gewicht. Ook de gasindex verandert licht doordat de belastingvermindering anders over elektriciteit en gas wordt verdeeld. Hoe groot de prijsbeweging in januari 2027 daadwerkelijk wordt, kan het CBS niet vooraf uit deze methodewijziging afleiden; dat hangt af van de dan geldende tarieven en andere prijscomponenten.

Voor een huishouden met zonnepanelen kan de werkelijke rekening door het einde van salderen wel veranderen. Dat is een andere vraag dan het statistische effect van een nieuwe rekenwijze. De CBS-notitie laat vooral zien waarom een hogere voorbeeldrekening, een gewijzigde indexweging en een hogere inflatie niet hetzelfde zijn. Wie straks een inflatiecijfer over stroom ziet, leest daarin prijsbewegingen onder een nieuwe, bij consumptie passende weging.

Bronnen en beeldcredits

    Beeldcredits 1

    Beeldcredits 2

    Digitale elektriciteitsmeter als beeld bij stroom die huishoudens van het net afnemen. Wimton · CC BY-SA 4.0 · Beeldbron

    Redactie · 14 oktober 2026

    Bronnen en beeldverantwoording

    primaire CBS-methodenotitie

    Feiten en bronkoppeling

    C1: Vanaf 2027 rekent CBS voor elektriciteit met brutoverbruik in plaats van gesaldeerd nettoverbruik. Bron

    C2: Teruggeleverde stroom wordt als productie gezien en valt buiten CPI en HICP; direct gebruikt eigen opwek telt niet in de netafname. Bron

    C3: De rekenomslag veroorzaakt volgens CBS geen rechtstreeks prijs- of inflatie-effect, wel een wegingseffect voor elektriciteit en licht voor gas. Bron

    C4: 1700/2900 kWh en 23/33 procent zijn illustratieve CBS-rekenwaarden, geen huishoudprognose. Bron

    Lees het verhaal →

    Alle verhalen

    Rubrieken

    HomeEconomieBeleggenOndernemenGeld & renteCryptoKoersenAlle verhalen