Wonen & economie
Zeven miljard voor woningbouw: waarom geld en bouwtempo verschillende knoppen zijn

Het kabinet trekt tot 2035 zeven miljard euro uit voor betaalbare woningbouw. Dat bedrag vertelt nog niet wanneer een woning klaar is. Het actieplan van september probeert zowel de rekening als de wachttijd tussen ontwerp en vergunning aan te pakken.
Een woningbouwplan kan financieel rond zijn en toch blijven liggen. Andersom kan een gemeente ruimte voor woningen aanwijzen terwijl de ontwikkeling nog niet betaalbaar is. Het Actieplan Versnelling Woningbouw behandelt die problemen daarom als verschillende schakels in dezelfde keten.
Waar het geld voor is
Volgens het kabinetsbericht van 21 september trekt het kabinet voor de bouw van betaalbare woningen tot 2035 €7 miljard uit. In de tekst van het actieplan staat de periode 2029 tot 2035. De verdeeltabel in hetzelfde plan begint in 2026 en bevat ook kolommen voor 2036 en 2037–2042; daarin staan middelen van dit én eerdere kabinetten. Circa €3 miljard is volgens het plan bedoeld om de Woningbouwimpuls en de Realisatiestimulans in 2029–2035 voort te zetten. De middelen zijn onder meer bestemd om publieke tekorten bij gebiedsontwikkeling te helpen dekken. Het gaat dus om langjarige ondersteuning, niet om zeven miljard die dit najaar rechtstreeks over woningzoekenden wordt verdeeld.
Het plan noemt daarvoor bestaande instrumenten, waaronder de Woningbouwimpuls en de Realisatiestimulans. Ook uitvoeringskracht bij andere overheden en ondersteuning door RVO krijgen aandacht. De financiële gedachte is dat partijen eerder besluiten kunnen nemen wanneer zij weten dat de publieke bijdrage niet na een paar jaar verdwijnt. Of dat bij een bepaald project inderdaad voldoende is, volgt niet uit het totaalbedrag.
De tweede knop is tijd
Naast geld wil het kabinet procedures en werkprocessen veranderen. Het ontwerp- en vergunningstraject duurt volgens het kabinetsbericht gemiddeld acht jaar. De ambitie is om die doorlooptijd in 2030 te halveren. Dat is een doel voor de komende jaren, geen gemeten verkorting die al is bereikt.

Digitalisering en parallel plannen moeten helpen: onderdelen van de voorbereiding worden dan waar mogelijk naast elkaar uitgewerkt. Gemeenten en provincies krijgen volgens de aankondiging ruim 200 fte extra capaciteit voor vergunningverlening. Een derde spoor is industriële bouw, met als ambitie dat in 2030 de helft van de nieuwbouw uit de fabriek komt.
Die laatste ambitie betekent niet dat ieder bouwconcept nu al zonder technische vergunning kan worden gebruikt. Het actieplan beschrijft daarvoor een voorgenomen aanpassing, waarvan de definitieve vorm en ingangsdatum nog door het regelgevingsproces moeten worden bepaald.
Een plan is nog geen oplevering
Het volledige actieplan volgt vier fasen: initiatief, haalbaarheid, vaststelling en realisatie. In de eerste fasen worden locatie en randvoorwaarden uitgewerkt; daarna komen besluiten en vergunningen, en vervolgens de bouw en oplevering. Het document noemt onder meer netcongestie en personeelscapaciteit als knelpunten die verschillende fasen kunnen raken.
Daarmee wordt duidelijk waarom een groot budget en een kortere procedure elkaar aanvullen. Het budget kan helpen een project haalbaar te maken; een procedure moet het project ook uitvoerbaar maken. Het bedrag van zeven miljard laat de financiële inzet zien. Voor de vraag wanneer er werkelijk sleutels worden overhandigd, zijn daarnaast de voortgang van concrete projecten en de uiteindelijke opleveringen nodig.