Verkoopt een open huis sneller? Wat 46 tegenover 40 procent bewijst
Van de woningen die meededen aan de Open Huizen Dag in maart, had volgens de NVM 46 procent binnen vier weken een koper.

Bij woningen die niet meededen was dat 40 procent. Het verschil van zes procentpunt klinkt als een overtuigend argument om de deur open te zetten. Maar deze vergelijking vertelt nog niet of het open huis zelf de verkoop heeft versneld.
De NVM publiceerde de cijfers bij de oktobereditie. Na acht weken waren 62 procent van de deelnemende woningen en 53 procent van de overige woningen verkocht. Ook dan is het verschil zichtbaar. De cijfers vergelijken echter twee groepen huizen zoals ze in de markt terechtkwamen. De eigenaren werden niet willekeurig in een openhuisgroep en een controlegroep verdeeld.

Een verkoper besluit samen met een makelaar of deelname past. Een net op Funda geplaatst huis kan een ander publiek trekken dan een woning die al maanden te koop staat. Vraagprijs, ligging, staat, woningtype en presentatie kunnen tegelijk verschillen. Sommige verkopers kiezen misschien juist voor een open huis omdat de verkoop stroef loopt. Andere kiezen ervoor omdat er al veel belangstelling is. Zulke verschillen kunnen het gemeten verkooppercentage omhoog of omlaag trekken, los van het evenement.
De NVM geeft in het bericht wel een inkijkje in de samenstelling van de oktobereditie. Bij ongeveer 42 procent van de registraties stond september 2026 als publicatiemaand op Funda. De mediane vraagprijs van het deelnemende aanbod was 539.000 euro. Dat beschrijft wie er in oktober meedeed; het is geen correctie van de vergelijking over maart. Voor een zuiver oordeel over het effect van deelname zouden vergelijkbare woningen en hun verkooptrajecten afzonderlijk moeten worden geanalyseerd.
Een verschil van zes procentpunt is ook niet hetzelfde als „zes procent sneller”. De 46 en 40 procent gaan over de kans dat op een vast meetmoment een koper is gevonden. Ze zeggen niets over de exacte verkoopdag van ieder huis. En 46 procent betekent evenmin dat een deelnemer bijna zeker binnen vier weken verkoopt: iets meer dan de helft van die groep had dat meetpunt juist nog niet bereikt.
De oktobereditie trok volgens de NVM veel kijkers en telde bijna 14.500 deelnemende woningen. Bezoekers kunnen meerdere huizen zien. Het aantal bezoeken is daarom geen aantal afzonderlijke kopers, laat staan verkochte woningen. De organisatie meldt anekdotes over snelle biedingen, maar voorbeelden van één middag vervangen geen analyse van alle deelnemers.
Toch is het verschil tussen 46 en 40 procent niet waardeloos. Het laat zien dat de deelnemende woningen in de NVM-registratie binnen vier weken vaker verkocht waren. Het kan een aanleiding zijn om te onderzoeken welke woningtypen en prijsklassen vooral baat hebben bij vrije bezichtiging. Pas daarna kan een verkoper iets zinnigs zeggen over de kans dat deelname voor een vergelijkbare woning verschil maakt.
De cijfers meten dus een samenloop tussen deelname en verkoop. Of het open huis de oorzaak was, blijft de open vraag achter het percentage.
Bronnen en beeldcredits
Beeldcredits 1
Appartementengebouw in Oss; het pand is niet gekoppeld aan NVM-verkoopcijfers. RagingR2 · CC BY-SA 4.0 · Beeldbron
Redactie · 14 oktober 2026
Bronnen en beeldverantwoording
primaire organisatorcijfers
primaire markcontext NVM Q3
Feiten en bronkoppeling
N1: NVM meldt 46% verkoop binnen vier weken bij deelnemende woningen van maart 2026 tegen 40% bij niet-deelnemende woningen. Bron
N2: Na acht weken zijn de percentages 62 tegenover 53. Bron
N3: De vergelijking is observationeel; woning- en verkoperkenmerken kunnen verschillen en causaliteit volgt niet uit de percentages alleen. Bron
Lees het verhaal →
Alle verhalen