Tien jaar vaste hypotheekrente bereikt nieuw jaarrecord
Redactie ·
Het gemiddelde met NHG stond op 4 oktober op 4,52 procent. Wat zeggen inflatie en energieprijzen over de stijging, en wat betekent 0,4 procentpunt in een rekenvoorbeeld?

De gemiddelde hypotheekrente voor tien jaar vast met Nationale Hypotheek Garantie stond volgens Van Bruggen op 4 oktober 2026 op 4,52 procent. Op 27 september was dat 4,42 procent, toen volgens dezelfde bron al het hoogste niveau van dat jaar. De kop gaat dus over deze specifieke rente en meetreeks, niet over iedere hypotheekvorm.
Van Bruggen meet in vijf weken een stijging van 0,40 procentpunt voor tien jaar vast, met en zonder NHG. Ook bij één aanbieder is de beweging zichtbaar: Obvion publiceerde per 2 oktober een tarief van 4,45 procent voor tien jaar vast met NHG bij zijn Woon Hypotheek. Een individuele offerte kan van zo’n gemiddelde of voorbeeldtarief afwijken.
Waarom loopt de rente op? Van Bruggen wijst op hogere energieprijzen en inflatieverwachtingen. De snelle CBS-raming voor Nederland kwam voor september uit op 3,4 procent inflatie; energie inclusief motorbrandstoffen was 13,9 procent duurder dan een jaar eerder. De ECB verhoogde in september haar beleidsrentes met 0,25 procentpunt en noemde inflatiedruk door het conflict in het Midden-Oosten. Die gegevens ondersteunen de context, maar bewijzen geen enkelvoudige oorzaak voor de hypotheekrente.

Het mechanisme loopt via de geldmarkt. Beleggers vragen volgens Van Bruggen een hogere vergoeding wanneer zij meer inflatie verwachten. Geldverstrekkers passen hypotheekrentes vervolgens met vertraging aan. Dat verklaart waarom een rentetarief kan verschuiven zonder dat de ECB op precies die dag opnieuw een besluit neemt.
Een rekenvoorbeeld maakt het verschil concreet. Bij een annuïteitenlening van € 375.000 over dertig jaar is de bruto maandtermijn bij 4,12 procent ongeveer € 1.816; bij 4,52 procent ongeveer € 1.905. Dat is circa € 88 per maand meer. Het beginpercentage van 4,12 is afgeleid van de door Van Bruggen gemelde stijging van 0,40 procentpunt; dit zijn geen twee offertes. Kosten, belasting en eventuele premie zijn buiten het voorbeeld gelaten.
De laatste gecontroleerde gemiddelde stand in het dossier is die van 4 oktober. Van Bruggen had het jaarrecord een week eerder al benoemd en meldde daarna opnieuw een hoger gemiddelde. Wie dit als actuele stand leest, moet de meetdatum erbij houden: een later tarief kan alweer anders zijn.