Energie
SDE++: acht miljard op papier, betalingen over vele jaren

De komende SDE++-ronde heeft een budget van acht miljard euro. Wie dat leest als een stapel cheques die dit najaar wordt uitgedeeld, mist hoe de regeling werkt. Een toezegging en de uiteindelijke betaling liggen hier jaren uit elkaar.
De actuele aanvraagpagina van RVO noemt 27 oktober 2026 om 09:00 als opening en 26 november om 17:00 als sluiting. De ronde is dus nog niet open.
Eerst een plaats binnen het budget
SDE++ staat voor Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie. De regeling ondersteunt grootschalige productie van hernieuwbare energie en technieken die CO₂-uitstoot verminderen.
De aanvraagronde heeft vijf fasen. De maximale subsidie-intensiteit loopt op van 75 naar 150, 225, 300 en 400 euro per ton CO₂. Die intensiteit drukt uit hoeveel subsidie een project vraagt per vermeden ton uitstoot. Het is een rangschikkingsmaat; 400 euro per ton is geen vast bedrag dat elk project ontvangt. Het aanvraagbedrag is bovendien begrensd door de betreffende techniekcategorie.
Daarna een rekening die blijft bewegen
RVO omschrijft de subsidiebeschikking als het maximumbedrag over de hele looptijd. De uiteindelijke subsidie wordt per jaar berekend. De hoeveelheid geproduceerde energie of vermeden uitstoot telt mee, evenals de opbrengsten die in het correctiebedrag worden verwerkt.
Dat correctiebedrag verklaart de beweeglijke uitbetaling. Als de opbrengsten hoger zijn, wordt de subsidie kleiner; bij lagere opbrengsten kan de bijdrage groter worden, binnen de grenzen van de regeling. De gebruikte marktwaarde is volgens RVO een berekend gemiddelde. Zij is niet toegespitst op de individuele contracten, kosten en opbrengsten van één producent.

Een rekenvoorbeeld laat alleen die richting zien. Stel dat twee verder identieke berekeningen dezelfde productie gebruiken, maar de tweede een hoger correctiebedrag heeft. Dan wordt de bijdrage kleiner, want die is in essentie het aanvraagbedrag min het correctiebedrag. Dat voorbeeld geeft geen werkelijk projectbedrag en voorspelt geen energieprijs.
Voorschot, bijstelling, afronding
Tijdens de productiefase zijn er voorschotten en latere bijstellingen. Zodra productie en definitieve correctiebedragen bekend zijn, kan blijken dat er te weinig of te veel is voorgeschoten. Het voorschot is dus niet automatisch de eindbetaling.
Volgens RVO duurt de subsidiabele periode meestal twaalf of vijftien jaar, afhankelijk van de beschikking. Na afloop wordt vastgesteld op hoeveel subsidie de producent over de hele periode recht heeft. Een resterend bedrag kan worden uitgekeerd; een teveel ontvangen bedrag kan worden teruggevorderd.
Zo krijgt het budget van acht miljard zijn juiste schaal. Het gaat om ruimte voor subsidieverplichtingen waarvan de uiteindelijke betalingen afhangen van productie en opbrengsten over een lange periode. Het rondebudget, het maximum in een beschikking en het bedrag dat uiteindelijk wordt uitbetaald, beantwoorden drie verschillende vragen.