Economie
Industrie positiever, machinebouw minder enthousiast: wat één index samenvoegt

Het vertrouwen in de industrie ging in september omhoog. In de elektrotechnische en machine-industrie ging dezelfde indicator juist omlaag. De CBS-cijfers vertellen daardoor meer wanneer je de bedrijfstakken naast elkaar zet.
Voor de totale industrie steeg het producentenvertrouwen van 3,7 in augustus naar 4,2 in september 2026. Bij de elektrotechnische en machine-industrie daalde het van 15,9 naar 11,3. Dat is een daling van 4,6 punten, terwijl de hoofdindicator 0,5 punt hoger uitkwam. Alle vier de waarden zijn seizoengecorrigeerd en voorlopig.
Minder enthousiast is nog positief
De richting en de stand zijn verschillende dingen. De waarde 11,3 ligt nog boven nul, en ook boven de stand van de totale industrie. De betrokken bedrijfstak is in deze meting dus minder positief geworden, niet naar een negatieve stand gezakt.
Een vergelijking werkt hier omdat beide reeksen dezelfde indicator in dezelfde maanden beschrijven. Het zijn geen groeipercentages van de productie. De cijfers mogen ook niet worden gelezen alsof alle afzonderlijke bedrijven binnen een bedrijfstak hetzelfde oordeel geven.
Wat er in de meting zit
Het CBS brengt drie vragen samen: de verwachte bedrijvigheid, het oordeel over de orderpositie en dat over de voorraad gereed product. De uitkomsten worden voor seizoeninvloeden gecorrigeerd; bij de berekening wordt het voorraadoordeel zo verwerkt dat een te grote voorraad ongunstig telt.

De afzonderlijke antwoorden maken de stemmingsindicator. Daardoor is de beweging van één bedrijfstak niet automatisch de beweging van de industrie als geheel. Omgekeerd vertelt een stijgende hoofdindicator niet hoe iedere bedrijfstak ervoor staat.
De CBS-beschrijving van zijn stemmingsmetingen legt uit waarom dergelijke vragen nuttig zijn: verwachtingen kunnen eerder beschikbaar zijn dan de latere productiegegevens. Dat maakt de uitkomst een signaal. Het is nog geen waarneming van de productie die in de komende maanden daadwerkelijk zal plaatsvinden.
Eerst kijken welke groep het cijfer beschrijft
Het is verleidelijk om de twee bewegingen tot één verhaal glad te strijken: het gaat beter, of juist slechter. Maar daar verdwijnt informatie mee. In september verbetert het totaalbeeld terwijl een bedrijfstak met een relatief hoge stand terugloopt. Beide kunnen tegelijk waar zijn.
Het nuttige vervolg is daarom een andere vraag: over welke bedrijven gaat de conclusie? Voor de hele industrie beschrijft 4,2 een gunstiger stand dan een maand eerder. Voor elektrotechniek en machine-industrie laat 11,3 een afkoeling vanaf een hoger niveau zien. Wie alleen de hoofdkop leest, ziet die tweede beweging niet.