Energie
22,7 procent hernieuwbare energie: wat dat getal meet, en wat niet
In 2025 kwam 22,7 procent van het bruto energetisch eindverbruik in Nederland uit hernieuwbare bronnen. Dat is iets anders dan het aandeel groene stroom, dat veel hoger ligt. Hoe het CBS rekent, waar de energie vandaan komt en waarom één cijfer drie heel verschillende werelden samenvat.

In 2025 kwam 22,7 procent van het bruto energetisch eindverbruik in Nederland uit hernieuwbare bronnen. Dat is het verbruik waarover de Europese richtlijn rekent, 1767 PJ; raffinaderijen en niet-energetisch gebruik, zoals olie voor plastic, vallen erbuiten. Het cijfer staat in het jaarrapport Hernieuwbare energie in Nederland 2025, dat het CBS op 1 oktober publiceerde. Een jaar eerder was het nog 20,2 procent. Het gaat daarbij niet alleen om stroom, maar ook om warmte in huizen en fabrieken en brandstof in auto's, vrachtwagens en vliegtuigen.
Een breuk met een grote noemer
Bovenin de breuk staat het verbruik van hernieuwbare energie: 401 petajoule (PJ) in 2025, 11 procent meer dan in 2024. Onderin staat het totale bruto energetisch eindverbruik: 1767 PJ, iets minder dan het jaar ervoor. Die noemer volgt de Europese richtlijn voor hernieuwbare energie, de RED. Daarin tellen het eindverbruik van industrie (zonder raffinaderijen), dienstverlening, landbouw, huishoudens en vervoer, plus een klein deel transportverliezen en eigen verbruik bij de stroomopwekking. Het cijfer voor 2025 is nog nader voorlopig: het CBS heeft de noemer afgeleid van het cijfer over 2024 en de verandering in de voorlopige Energiebalans.
Drie werelden in één getal
Elektriciteit. In 2025 werd 66 miljard kWh stroom opgewekt uit wind, water, zon en biomassa. Dat is 55 procent van alle stroom die werd verbruikt, tegen 51 procent in 2024. Het CBS rekent daarbij met een correctie voor wisselende wind- en waterjaren; zonder die correctie was het aandeel in 2025 54,1 procent. Windmolens leverden volgens het CBS, gecorrigeerd voor de hoeveelheid wind, 28 procent van het stroomverbruik, zonnepanelen 21 procent en biomassa 6 procent.
Warmte en koude. Hier lag het hernieuwbare aandeel op 13,7 procent, tegen 11,3 procent een jaar eerder. Een deel van die sprong is een rekenwijziging. Sinds de nieuwe richtlijn RED III telt het hernieuwbare deel van de stroom voor warmtepompen en airco's mee, in 2025 goed voor 11,7 PJ.
Vervoer. Het aandeel kwam uit op 17,9 procent. Voor 2024 rapporteerde het CBS 20,3 procent, maar dat cijfer is met de oude rekenregels van RED II berekend. De twee zijn volgens het CBS niet één op één te vergelijken.
Kijk je alleen naar het hernieuwbare deel, dan is ongeveer 60 procent elektriciteit, 30 procent warmte en 11 procent biobrandstof voor vervoer; door afronding is dat samen iets meer dan honderd.

Waar de energie vandaan komt
De grootste hernieuwbare bron is niet de windmolen of het zonnepaneel, maar biomassa, met 34 procent. Het verbruik daarvan steeg in 2025 met 13 procent, vooral door meer biodiesel en biokerosine. Wind levert 30 procent en zon 23 procent. Warmtepompen, die warmte uit de buitenlucht en de bodem halen, zijn samen goed voor 9 procent. Waterkracht, aardwarmte en hernieuwbare koude vullen de laatste 4 procent.
Het opgestelde vermogen aan zonnepanelen nam met 5 procent toe tot ruim 26 gigawatt, maar de productie van zonnestroom steeg met 19 procent: 2025 was een zonnig jaar. Het windvermogen groeide met ongeveer 1 procent tot 11,8 gigawatt. De windproductie nam sterker toe dan het vermogen. Volgens het CBS komt dat vooral door de nieuwe parken op zee: die waren in de loop van 2024 opgeleverd en leverden in 2025 voor het eerst twaalf maanden lang stroom.
Groen op papier en groen in het net
Op een energiecontract met groene stroom staat een ander soort getal. Producenten krijgen voor hernieuwbare stroom certificaten, Garanties van Oorsprong. In 2025 werd voor 81 miljard kWh aan zulke certificaten afgeboekt, gelijk aan 67 procent van het bruto elektriciteitsverbruik. Dat is meer dan de 55 procent die in Nederland zelf duurzaam is opgewekt. Certificaten worden ook over de grens verhandeld: de CBS-cijfers tonen naast uitgifte in Nederland ook invoer en uitvoer. Bovendien vragen niet alle installaties die groene stroom maken zo'n certificaat aan.
Nederland in Europa
In de Europese vergelijking staat Nederland laag. Het EU-gemiddelde ligt volgens het CBS op 26,2 procent; Zweden haalt 65,4 procent, België 14,9 procent. Nederland staat met 22,7 procent gelijk met Bulgarije. Het CBS noemt twee redenen: door de kleine hoogteverschillen is er nauwelijks waterkracht, en huishoudens stoken weinig hout omdat de meeste een gasaansluiting hebben. Het Europese doel voor Nederland is 39 procent in 2030.
Praktisch
- Totaal, geen stroomcijfer: 22,7 procent geldt voor stroom, warmte en vervoer samen; bij elektriciteit alleen was het 55 procent.
- Voorlopig: de cijfers over 2025 zijn nader voorlopig en kunnen nog worden bijgesteld.
- Vergelijken over de jaren: voor vervoer en voor warmte zijn de rekenregels in 2025 veranderd; de stijging of daling ten opzichte van 2024 komt dus deels door een andere methode.
- Groene stroom op je contract: die rust op Garanties van Oorsprong, een administratief systeem dat niet gelijkloopt met de fysieke productie in Nederland.
Cijfers gecontroleerd op 5 oktober 2026. Bron: CBS, Hernieuwbare energie in Nederland 2025 (samenvatting en hoofdstuk 2).