Geld begrijpen. Verder kijken.Beurs- en cryptokoersen in euro’s ↗
HomeFinancieel Magazine

Wonen & vermogen

Na een erfenis van 50 duizend euro of meer: groter wonen, zonnepanelen, weinig extra aflossen

Het CBS volgde ruim 30,5 duizend kinderen van wie de laatste ouder in 2018 overleed. Wie veel erfde, verhuisde vaker en kwam vaker in een vrijstaand huis terecht. Wat het onderzoek laat zien, hoe het is opgezet en waar de grenzen liggen.

Zonnepanelen op een plat dak, met bomen op de achtergrond.
Zonnepanelen op een dak, 18 juni 2017. Illustratief beeld. Foto: Cupid673 / Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · Verkleind en naar WebP omgezet.

Wat gebeurt er op de woningmarkt na een erfenis van tienduizenden euro's? Het CBS zocht het uit in registergegevens en publiceerde op 28 september de uitkomst: wie 50 duizend euro of meer erft van een overleden ouder, verhuist vaker, gaat vaker groter wonen en legt vaker zonnepanelen op het dak. Extra aflossen op de hypotheek gebeurt veel minder.

Wie er gevolgd is

Het CBS volgde ruim 30,5 duizend kinderen van wie de laatst levende ouder in 2018 overleed. Die ouders waren geboren tussen 1936 en 1945, de generatie die het CBS de stille generatie noemt, en lieten geen partner achter. Om te zien wat er door de erfenis veranderde, vergeleek het CBS hen met een controlegroep: kinderen van ouders uit dezelfde generatie die vier jaar later, in 2022, overleden en toen evenmin een partner hadden.

Niet iedereen erfde iets. Van de 30,5 duizend kinderen ontving 31 procent een erfenis die bij de Belastingdienst was aangegeven. De doorsnee erfenis, de mediaan, was 43 duizend euro netto, dus na aftrek van onder meer uitvaartkosten en belasting. Het gemiddelde lag hoger: 75 duizend euro. Beide bedragen zijn netto en gaan over de kinderen die een erfenis aangaven. Dat het gemiddelde boven de mediaan ligt, wijst erop dat een kleiner aantal grote erfenissen het gemiddelde optrekt. Bij 14 procent van alle kinderen ging het om minstens 50 duizend euro, bij 6 procent om minstens 100 duizend euro. Wie al een flink vermogen had, kreeg volgens het CBS naar verhouding vaker een grote erfenis.

Verhuizen en groter wonen

Van wie 50 duizend euro of meer erfde, was 21 procent binnen drie jaar na het overlijden verhuisd (2018 tot en met 2020). In de controlegroep, waarvan de ouder vier jaar later overleed en die toen een erfenis boven dezelfde grens kreeg (gecorrigeerd voor inflatie, prijspeil 2018), was dat in dezelfde jaren 15 procent.

Onder de verhuizers met een grote erfenis steeg het aandeel dat in een vrijstaand huis woonde van 15 naar 29 procent, tegen 17 naar 25 procent in de controlegroep. Het aandeel in een woning van 150 vierkante meter of meer ging van 27 naar 46 procent, tegenover 30 naar 39 procent in de controlegroep. Ook woonden erfgenamen vaker in een koopwoning: dat aandeel ging onder deze verhuizers van 72 naar 83 procent, tegen 71 naar 73 procent in de controlegroep.

Een klein deel trok in het ouderlijk huis. In de hele groep die minstens 50 duizend euro erfde, woonde op 1 januari 2018 4,7 procent in de woning van de ouder; op 1 januari 2021 was dat 6,4 procent. Volgens het CBS lijkt het erop dat per saldo bijna 2 procent van die groep naar het ouderlijk huis verhuisde.

Een vrijstaand huis met een steil dak en een tuin.
Vrijstaande woning, 15 september 2013. Illustratief beeld. Foto: Marinus smit / Wikimedia Commons · CC BY-SA 3.0 nl · Verkleind en naar WebP omgezet.

Zonnepanelen, nauwelijks aflossen

Het aandeel erfgenamen met een grote erfenis dat in een huis met zonnepanelen woont, steeg van 10 naar 25 procent. In de controlegroep ging dat van 10 naar 21 procent.

De gemiddelde hypotheekschuld van mensen met een grote erfenis daalde tussen 2018 en 2020 van 186 naar 173 duizend euro. Volgens de conclusie van het onderzoek is dat ongeveer 10 duizend euro meer aflossing dan in de controlegroep. In de samenvatting spreekt het CBS van nauwelijks extra aflossen. Andere uitgaven aan het huis, zoals een nieuwe keuken of groot onderhoud, zijn in de registers niet te zien.

Wat het onderzoek niet bewijst

De vergelijking met de controlegroep maakt het aannemelijk dat de erfenis een rol speelt, maar het blijft een samenhang. Het CBS formuleert voorzichtig: als beide groepen voor 2018 gelijk opliepen en daarna uit elkaar gaan, is dat een signaal dat het overlijden en de erfenis die verandering veroorzaakt kunnen hebben.

Het effect op de hele woningmarkt is bovendien klein. Het overlijden van ouders uit de stille generatie lijkt volgens het CBS te leiden tot 1,8 duizend extra verhuisbewegingen, waarbij andere leden van het huishouden niet zijn meegeteld. Naast de circa 1,8 miljoen mensen die jaarlijks verhuizen, valt dat weg. Bij de babyboomers gaat het om grotere aantallen: in 2025 overleden er ruim 42 duizend, en volgens de prognose volgen er de komende tien jaar ongeveer 600 duizend. Het CBS wijst erop dat de situatie anders is dan in 2018: de huizenprijzen zijn sterk gestegen, het consumentenvertrouwen is lager en wijzigingen in bijvoorbeeld hypotheekrenteaftrek, vermogensbelasting of erfrecht kunnen de uitkomst veranderen.

Praktisch

  • Onderzoeksgroep: kinderen van een ouder geboren in 1936-1945 die in 2018 overleed zonder levende partner; controlegroep: dezelfde generatie, overleden in 2022. Gevolgd over 2015-2022.
  • Erfenis: het netto bedrag zoals aangegeven bij de Belastingdienst, na kosten en belasting. Het jaar van overlijden hoeft niet het jaar van uitbetaling te zijn.
  • Groepsgemiddelden: de cijfers zeggen niets over een afzonderlijke erfenis of situatie.

Cijfers gecontroleerd op 5 oktober 2026. Bron: CBS, nieuwsbericht en Statistische Trends Erfgenamen op de woningmarkt (28 september 2026).

Rubrieken

EconomieBeleggenOndernemenGeld & renteCryptoKoersenOver ons