Economie
Waarom een consumentenvertrouwen van −33 geen percentage ontevreden Nederlanders is
Het CBS-cijfer voor september ligt één punt boven augustus. Achter dat kleine verschil schuilen vijf vragen die niet allemaal dezelfde kant op bewegen.

Min 33. Zo vat het CBS het consumentenvertrouwen in september 2026 samen. Het is verleidelijk om daar een aandeel mensen in te lezen: 33 procent ontevreden, bijvoorbeeld. Maar het cijfer is een balans van positieve en negatieve antwoorden op vragen over de economie en de eigen portemonnee. Het telt geen groep mensen met één enkel oordeel.
Vijf vragen, twee richtingen
Het CBS vraagt naar de economie in de afgelopen en de komende twaalf maanden, naar de eigen financiële situatie in diezelfde twee perioden en naar het moment voor grote aankopen. Samen leveren die antwoorden het consumentenvertrouwen op. De gepubliceerde reeks is voor seizoeninvloeden gecorrigeerd.
De schaal loopt van −100, als iedereen negatief antwoordt, tot +100, als iedereen positief antwoordt. Een eenvoudig rekenvoorbeeld maakt het saldo begrijpelijk: bij één vraag met 20 positieve, 50 negatieve en 30 neutrale antwoorden per honderd antwoorden is het saldo 20 min 50, dus −30. Dat is een voorbeeld van de saldoberekening, niet de feitelijke verdeling achter het septembercijfer of een reconstructie van de seizoencorrectie.
In september stijgt de hoofdindicator van −34 naar −33. Dat is één punt minder negatief. Het betekent niet dat de ondervraagden ineens positief over de economie zijn geworden.
Meer koopbereidheid, minder economisch vertrouwen
De twee deelindicatoren bewegen zelfs tegengesteld. Het oordeel over het economisch klimaat daalt van −57 in augustus naar −58 in september. Consumenten zijn iets negatiever over zowel de afgelopen als de komende twaalf maanden.

De koopbereidheid stijgt daarentegen van −19 naar −17. Het oordeel over de eigen financiële situatie in de komende twaalf maanden verbetert; dat over de afgelopen twaalf maanden blijft gelijk. Ook het moment voor grote aankopen, zoals meubels of elektronica, krijgt een minder ongunstig oordeel. Dat laatste saldo gaat van −37 naar −35, en blijft dus negatief.
Er is geen tegenspraak in een betere hoofdindicator naast een slechter oordeel over de economie. De hoofdindicator brengt verschillende vragen bijeen; een huishouden kan over de economie anders denken dan over zijn eigen situatie.
Een mening is nog geen aankoop
De CBS-onderzoeksbeschrijving noemt de meting een manier om veranderingen in optimisme en pessimisme te signaleren, met een mogelijke aanwijzing voor veranderingen in de consumptie. Het onderzoek vraagt naar opvattingen. Het septembercijfer laat daarom geen gemeten stijging van bestedingen zien en bewijst ook niet dat een economische omslag op komst is.
De stand ligt bovendien onder het gemiddelde van −12 over de laatste twintig jaar dat het CBS bij deze publicatie vermeldt. De betekenis van de beweging zit in beide woorden: iets verbeterd, nog steeds negatief. Wie alleen het plusje van één punt ziet, mist wat er wordt opgeteld.