Geld begrijpen. Verder kijken.Beurs- en cryptokoersen in euro’s ↗
HomeFinancieel Magazine

Economie & samenleving

Een gestopt bedrijf is niet vanzelf een faillissement

Bedrijfsopheffingen en faillissementen meten verschillende gebeurtenissen. Ook de periode en de voorlopige status van de cijfers horen bij een vergelijking.

Een algemeen winkelinterieur met lege schappen en enkele kartonnen dozen; AI-beeld ter illustratie.
Een verzonnen winkelinterieur met lege schappen en verhuisdozen. AI-beeld ter illustratie. Financieel Magazine

Een lege winkel kan verschillende verhalen oproepen: de eigenaar stopt, de activiteiten verhuizen of er is een faillissement. Een foto vertelt niet welke gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Ook in de statistiek zijn bedrijfsopheffingen en faillissementen verschillende begrippen. Dat onderscheid wordt zichtbaar op het actuele CBS-dashboard: in het tweede kwartaal van 2026 waren er 39.525 bedrijfsopheffingen. Voor augustus 2026 vermeldt het dashboard 260 uitgesproken faillissementen van bedrijven en instellingen. Beide cijfers zijn voorlopig.

Het CBS spreekt van een bedrijfsopheffing wanneer de activiteiten worden beëindigd en er geen belangrijk deel wordt voortgezet in een ander bedrijf. Het gaat dus om het verdwijnen van een bedrijf uit de betreffende statistiek. Dat hoeft niet te betekenen dat een rechter een faillissement heeft uitgesproken. Denk als denkbeeldig voorbeeld aan een ondernemer die besluit te stoppen zonder een faillissement. De statistische gebeurtenis is dan een opheffing, terwijl het woord faillissement een andere uitspraak zou doen.

De faillissementsstatistiek heeft juist als voorwaarde dat het faillissement rechterlijk is bepaald. Ook daarmee is het lot van alle activiteiten niet automatisch beschreven. Het CBS licht toe dat een bedrijf na een faillissement onder een nieuwe eigenaar kan worden voortgezet. Dan hoeft er volgens de definitie geen opheffing te zijn. De twee begrippen kun je daarom niet simpelweg als twee namen voor hetzelfde verlies tellen. Ze beantwoorden verschillende vragen over bedrijven en gebeurtenissen.

Twee tekstblokken leggen het verschil uit tussen bedrijfsopheffing en faillissement.
Opheffing en faillissement meten verschillende gebeurtenissen. Schema: Financieel Magazine; definities: CBS. Financieel Magazine · Beeldbron

De periode maakt een snelle vergelijking nog lastiger. De 39.525 opheffingen hebben betrekking op een kwartaal; de 260 faillissementen op één maand. Bovendien noemt de faillissementsreeks bedrijven én instellingen. Wie het maandcijfer door het kwartaalcijfer deelt, krijgt wel een rekenkundige uitkomst, maar daarmee geen betrouwbaar aandeel failliete gestopte bedrijven. Daarvoor moeten onder meer periode, populatie en definities werkelijk aansluiten. De vermelding voorlopig betekent daarnaast dat de cijfers nog kunnen worden bijgesteld.

Bij een bericht over stoppende bedrijven helpt het daarom eerst te lezen wat precies is geteld. Gaat het om beëindigde activiteiten, om uitspraken van de rechter, om een maand of een kwartaal? Pas daarna kun je een ontwikkeling vergelijken met een eerdere periode uit dezelfde reeks. De algemene winkelillustratie bij dit artikel toont geen werkelijk failliet bedrijf. De lege schappen maken het onderwerp herkenbaar; de CBS-definities bepalen wat de cijfers erover kunnen zeggen.

Rubrieken

EconomieBeleggenOndernemenGeld & renteCryptoKoersenOver ons