Huur stijgt gemiddeld 4,4 procent: dat is niet ieders huurverhoging
Redactie ·
Het CBS meet de totale woninghuur in juli. Bewonerswisselingen tellen mee, waardoor het gemiddelde iets anders zegt dan de verhoging voor een zittende huurder.

In juli 2026 lagen de Nederlandse huren gemiddeld 4,4 procent hoger dan een jaar eerder, meldt het CBS. De stijging was kleiner dan in 2025, toen het gemiddelde 4,9 procent bedroeg, en in 2024, toen het 5,4 procent was.
Het gemiddelde verschilt per verhuursector. De huur van sociale huurwoningen steeg 4,3 procent; bij corporaties was dat 4,4 procent en bij overige verhuurders 4,1 procent. In de vrije sector kwam de stijging uit op 4,5 procent. Het CBS publiceert in dit bericht geen afzonderlijk cijfer voor middenhuur.
Zonder bewonerswisselingen bedroeg de gemiddelde stijging 3,8 procent. Het CBS berekent dat de wisseling van huurders 0,6 procentpunt bijdroeg aan het totaal. Een gemiddelde over alle woningen is dus niet hetzelfde als de verhoging die een zittende huurder kreeg.

Voor sociale huurwoningen gold in 2026 een maximum van 4,1 procent bij huren vanaf € 350. Bij een lagere huur gold maximaal € 25; daarnaast bestaan inkomensafhankelijke verhogingen van € 50 of € 100 per maand. Dat de gemeten gemiddelde stijging bij corporaties 4,4 procent is, bewijst daarom op zichzelf geen overtreding: het CBS-cijfer omvat ook huurderswisselingen en verschillende huurregels.
Het kabinet wil bovendien de inkomensafhankelijke verhoging verplicht maken voor corporaties. Dat is een voorstel, geen geldende regel. De overheid zegt dat het voorstel begin 2027 in internetconsultatie gaat; de aangekondigde maximums voor middenhuur en vrije sector in 2027 worden in december vastgesteld.
Het sociale-huurmaximum van 4,1 procent geldt volgens de circulaire tot 1 juli 2027. Voor daarna is het volgende percentage nog niet bekend. De beelden tonen sociale huurwoningen in Hoofddorp en Egmond-Binnen; ze staan los van de CBS-meting.