FinancieelMagazine
Nederlands

Begrotingstekort 2027: waarom kabinet en CPB verschillen

Financiën raamt 2,9 procent van het bbp, het CPB 2,2 procent. Het verschil zit vooral in aannames over uitvoering.

Het gebouw van het ministerie van Financiën aan het Korte Voorhout in Den Haag.
Het gebouw van het ministerie van Financiën aan het Korte Voorhout in Den Haag. Beeldcredits

Een begrotingstekort klinkt als één getal, maar in Nederland staan er voor 2027 twee opvallend verschillende ramingen naast elkaar. Het kabinet rekent in de Miljoenennota met een tekort van 2,9 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht volgens de Raad van State 2,2 procent. Beide cijfers gaan over het saldo van de gehele overheid, niet alleen over de kas van een ministerie. Het verschil maakt de begroting niet onmiddellijk onbruikbaar. Het laat zien dat een raming bestaat uit beleidsplannen, economische verwachtingen en aannames over de vraag of gepland geld ook in het betreffende jaar wordt uitgegeven.

Het saldo van de overheid wordt ook het EMU-saldo genoemd. Bij een tekort zijn de uitgaven in een jaar hoger dan de inkomsten, gemeten volgens de Europese boekhoudregels. Dat is een stroomgrootheid: het gaat om wat er gedurende één jaar bij komt of af gaat. De overheidsschuld is iets anders. Die geeft weer hoeveel schuld aan het einde van een periode uitstaat. Een jaarlijks tekort kan de schuld vergroten, maar de schuldquote kan toch anders bewegen wanneer de omvang van de economie verandert. Daarom worden tekort en schuld beide als percentage van het bbp weergegeven.

De kabinetsraming voor 2027 is concreet. De Miljoenennota noemt 481,2 miljard euro aan belasting- en premieinkomsten en 516,8 miljard euro aan uitgaven die relevant zijn voor het EMU-saldo. Ook gemeenten, provincies en waterschappen tellen mee voor het overheidssaldo. De centrale overheid komt volgens de begroting op een tekort van 35,6 miljard euro; de decentrale overheden samen op 1,1 miljard. Het totale tekort is daarmee 36,7 miljard euro, of 2,9 procent van het geraamde bbp van 1.278 miljard euro. Dat zijn ramingen voor een toekomstig jaar, geen vastgestelde jaarrekening.

Het Binnenhof en de Hofvijver in Den Haag.
Het Binnenhof en de Hofvijver in Den Haag. Beeldcredits

Waarom ligt het CPB-cijfer lager? Het planbureau maakt een onafhankelijke raming en beoordeelt ook of alle begrote middelen vermoedelijk binnen het jaar kunnen worden besteed. Wanneer bouwprojecten, personeelswerving of andere plannen vertragen, ontstaat onderuitputting: een deel van het budget blijft voorlopig ongebruikt. Een officiële toelichting op het verschil tussen beide ramingen wijst vooral op die inschatting; daarnaast spelen onder meer andere verwachtingen voor inkomsten en het saldo van decentrale overheden. Het lagere CPB-tekort is dus geen extra pot geld die al beschikbaar is. Het is een andere verwachting over de uitvoering en de economie.

Bij de Europese regels horen bekende referentiewaarden van 3 procent voor het tekort en 60 procent voor de overheidsschuld, allebei als aandeel van het bbp. Het kabinet blijft met zijn raming voor 2027 net onder de tekortwaarde. De geraamde schuldquote is 46,9 procent. De afstand tot een grens is echter niet hetzelfde als beleidsruimte die zonder gevolgen kan worden besteed. Economische groei, belastinginkomsten en uitgaven kunnen afwijken van de raming. Bovendien kijkt het Europese begrotingskader ook naar een afgesproken uitgavenpad. Een enkele vergelijking met 3 procent vertelt daarom niet het hele verhaal.

Een begroting is een momentopname in een doorlopend proces. De Tweede Kamer bespreekt en wijzigt plannen, de economie ontwikkelt zich en nieuwe ramingen verwerken gegevens die op Prinsjesdag nog niet bekend waren. Voor het lezen van het tekortcijfer zijn drie vragen het nuttigst: gaat het om het Rijk of de hele overheid, is het een raming of een realisatie, en van welke instantie en peildatum komt het cijfer? Voor 2027 zijn de kabinetsraming van 2,9 procent en de CPB-raming van 2,2 procent beide relevant. Het verschil vraagt om uitleg van de aannames, niet om het kiezen van één getal alsof het de toekomst al vastlegt.

Bronnen en beeldcredits

    Beeldcredits 1

    Foto: Tukka / Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · Beeldbron

    Beeldcredits 2

    Foto: Michielverbeek / Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · Beeldbron

    Redactie · 24 oktober 2026

    Bronnen en beeldverantwoording

    Ministerie van Financiën, Miljoenennota 2027, budgettaire kerngegevens

    Rijksoverheid, inkomsten en uitgaven Rijksbegroting 2027

    Raad van State, advies Ontwerp-Miljoenennota 2027

    Rijksoverheid, overheidsschuld en Europese referentiewaarden

    CPB, modellen en EMU-model

    Tweede Kamer, Miljoenennota 2027 (Kamerstuk 37020 nr. 2)

    Feiten en bronkoppeling

    https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Ministerie_van_Financien_Korte_Voorhout_7_The_Hague_2020.jpg · CC BY-SA 4.0 · https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0/

    https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Den_Haag,_het_Binnenhof_diverse_RM_met_de_Hofvijver_op_de_voorgrond_foto8_2015-08-05_18.56.jpg · CC BY-SA 4.0 · https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0/

    Lees het artikel →

    Alle verhalen

    Rubrieken

    HomeEconomieBeleggenOndernemenGeld & renteCryptoKoersenAlle verhalen