Geld begrijpen. Verder kijken.Beurs- en cryptokoersen in euro’s ↗

Het verhaal
achter je geld.

Financieel MagazineECONOMIE · MARKTEN · MENSEN · MORGENAlle verhalen ↗
Nederlands
Terug naar het magazine ←

Economie · Toegevoegde waarde

Waarom je de bloem niet nog eens bij het brood moet optellen

Drie bedrijven verkopen iets, maar dat betekent niet dat je hun omzetten zonder meer kunt optellen om te meten hoeveel waarde zij samen toevoegen. Wat het ene bedrijf levert, kan immers al in het product van het volgende zitten. De broodketen maakt dat tastbaar.

Brood als eindproduct: het graan en de bloem zitten er al in. Illustratief beeld; dit zijn niet de producten uit het fictieve rekenvoorbeeld.
Brood als eindproduct: het graan en de bloem zitten er al in. Illustratief beeld; dit zijn niet de producten uit het fictieve rekenvoorbeeld. IfyClassique / Wikimedia Commons (CC0) · Verkleind en naar WebP omgezet. Wikimedia Commons · CC0

Neem een nadrukkelijk fictief rekenvoorbeeld, zonder belastingen en subsidies. Een graanproducent verkoopt graan voor 1 euro, een molenaar verkoopt de daaruit gemaakte bloem voor 2 euro en een bakker verkoopt het brood voor 4 euro. Om het voorbeeld eenvoudig te houden, rekenen we bij de graanproducent geen ingekochte goederen of diensten mee en bij de andere bedrijven alleen het materiaal uit deze keten. Dit zijn geen werkelijke prijzen of bedrijfsresultaten.

Wie alle verkopen optelt, komt op 7 euro: 1 plus 2 plus 4. Maar het graan zit al in de bloem en de bloem zit al in het brood. De opeenvolgende verkopen afzonderlijk tellen is iets anders dan meten hoeveel waarde de keten toevoegt.

Graan in een veld in Walla Walla, Verenigde Staten. Illustratief beeld bij de eerste stap van de keten.
Graan in een veld in Walla Walla, Verenigde Staten. Illustratief beeld bij de eerste stap van de keten. Jason W Lacey / Wikimedia Commons (CC0) · Verkleind en naar WebP omgezet. Wikimedia Commons · CC0

De toegevoegde waarde is in dit voorbeeld 1 euro bij de graanproducent, 1 euro bij de molenaar en 2 euro bij de bakker. Samen is dat 4 euro. Bij iedere stap trek je de waarde van de gebruikte tussengoederen af van de productiewaarde. Het CBS omschrijft toegevoegde waarde op die manier; ook het IMF gebruikt de verhouding tussen bloem en brood om de productiebenadering van het bruto binnenlands product uit te leggen.

Toegevoegde waarde is geen ander woord voor winst. Het getal is bijvoorbeeld nog geen bedrag na aftrek van lonen. Voor de opbouw van het bbp telt het CBS de bruto toegevoegde waarde van de bedrijfstakken op en verwerkt het ook de productgebonden belastingen en subsidies. Ons kleine voorbeeld laat die laatste stap bewust weg.

Dat onderscheid helpt wanneer een groot omzetbedrag indruk maakt. Het bedrag kan correct zijn en toch een andere vraag beantwoorden dan hoeveel waarde de economie heeft voortgebracht. Vraag daarom eerst wat er wordt opgeteld. De bloem is één keer gemalen; een groot totaal hoeft haar niet twee keer mee te nemen.

Bronnen en beeldverantwoording ↗

Rubrieken

EconomieBeleggenOndernemenGeld & renteCryptoKoersenOver ons