Op Ethereum meet gas hoeveel rekenwerk een handeling vraagt. De vergoeding hangt samen met dat verbruik en met de prijs per eenheid gas. De officiële documentatie legt uit dat verschillende handelingen verschillende hoeveelheden werk kunnen vragen. Een ingewikkelde interactie met een contract is dus iets anders dan alleen een eenvoudige overdracht.
Een rekenvoorbeeld maakt het onderscheid zichtbaar. Stel dat een handeling 10 eenheden werk vraagt en iedere eenheid fictief 2 cent kost. De vergoeding is dan 20 cent. Of je voor de voorstelling 5 euro of 50 euro verstuurt, verandert die rekensom niet vanzelf. Dit zijn verzonnen eenheden en bedragen, geen werkelijk Ethereum-tarief.
Daarnaast kan de vraag naar ruimte in blokken veranderen. Bij drukte kan de prijs oplopen. De vergoeding zegt daarmee ook iets over toegang tot beperkte netwerkcapaciteit. Het is geen algemene kwaliteitsstempel op de munt en evenmin een garantie dat een toepassing verstandig is om te gebruiken.
Een platform kan bovendien eigen kosten rekenen naast netwerkkosten. Wat in een app staat, hoeft dus niet volledig bij het netwerk terecht te komen. Ook verschillen netwerken en aanvullende schaaloplossingen in hun werking. Eén kostenvoorbeeld is daarom niet geldig voor alle crypto.
Het handige onderscheid op het scherm is: wat kost de technische handeling en wat rekent de dienstverlener? Zodra die twee uit elkaar liggen, wordt de rekening begrijpelijker. Een klein verzonden bedrag kan technisch nog steeds een handeling zijn waarvoor schaarse capaciteit nodig is.
