Proof-of-work laat deelnemers rekenwerk verrichten om een geldig blok te kunnen voorstellen. De documentatie van Ethereum beschrijft hoe dat mechanisme werkte vóór Ethereum overstapte op proof-of-stake. Die historische uitleg is nuttig, maar mag niet worden gelezen alsof Ethereum vandaag nog op dezelfde manier werkt.
Het werk maakt het kostbaar om mee te dingen. Daar horen apparatuur en elektriciteit bij. Het mechanisme probeert daarmee niet alleen gegevens op te slaan, maar ook het herschrijven of overheersen van de geschiedenis duur te maken. Dat is een ontwerpkeuze met een materiële rekening.
Proof-of-stake gebruikt een andere basis: deelnemers zetten waarde vast en kunnen onder voorwaarden bestraft worden. Het is dus niet simpelweg dezelfde wedstrijd op een zuinigere computer. Er veranderen ook de manier van deelnemen en de prikkels. De vergelijking vraagt om meer dan alleen het woord blockchain.
Wie de milieubelasting wil beoordelen, moet vervolgens onderscheid maken tussen elektriciteitsverbruik en uitstoot. Voor uitstoot maakt ook de energiebron uit. Dit artikel geeft daarom geen los getal per transactie: zonder duidelijke meetmethode en systeemgrens kan zo'n getal meer zekerheid suggereren dan het biedt.
De begrijpelijke vraag is wat een netwerk met zijn gekozen mechanisme wil bereiken en welke middelen het daarvoor gebruikt. Dan wordt het gesprek concreter dan voor of tegen crypto. De stroomrekening hoort bij een bepaalde beveiligingskeuze; zij bewijst op zichzelf niet of iedere toepassing daarvan maatschappelijk nuttig is.
