Economie begrijpen ·
Meer euro’s aan de kassa, niet altijd meer spullen
Een winkel zet tien procent meer om. Goed nieuws? Eerst wil je weten of er meer is verkocht, of vooral meer is betaald voor hetzelfde. Een kassabedrag kan beide verhalen bevatten.
Honderd stuks, een andere prijs
Neem een fictieve winkel die maar één product verkoopt. Eerst gaan honderd stuks voor tien euro per stuk over de toonbank: duizend euro omzet. Daarna zijn het weer honderd stuks, maar nu voor elf euro: elfhonderd euro. De geldopbrengst groeit met tien procent; het aantal verkochte stuks blijft gelijk. Alle prijzen en omzetbedragen in dit rekenvoorbeeld zijn exclusief btw; het product blijft gelijk.
Verkoopt dezelfde winkel vervolgens negentig stuks voor elf euro, dan komt er 990 euro binnen. Tegenover de eerste situatie daalt het aantal met tien procent, terwijl de geldopbrengst maar één procent lager is. Het prijsverschil maakt de daling in aantallen minder zichtbaar als je uitsluitend naar euro’s kijkt.
Waarom het CBS twee kolommen laat zien
Het CBS omschrijft omzet als opbrengst uit verkoop van goederen en diensten, exclusief btw. Naast de waardeontwikkeling publiceert het ook volumeontwikkeling. Die wordt berekend met omzet en prijzen; het is geen rechtstreekse optelling van alle verkochte spullen. Bij een bedrijfstak met verschillende producten kun je immers niet zomaar een brood, een jas en een televisie als gelijkwaardige stuks bij elkaar optellen.
De actuele CBS-tabel, gewijzigd op 1 september 2026, geeft voor de detailhandel zonder auto’s en tankstations in het tweede kwartaal een omzetgroei van 3,2 procent en een volumegroei van 2,6 procent tegenover hetzelfde kwartaal van 2025. Beide cijfers zijn kalendergecorrigeerd en voorlopig. Die correctie houdt rekening met verschillen in werk- en koopdagen, zodat perioden beter vergelijkbaar zijn.
In het nieuwsbericht van 26 augustus stonden voor datzelfde kwartaal nog 3,1 en 2,5 procent. De latere tabel laat de bijstelling zien. Dat is ook een reden om bij een cijfer de publicatiedatum en de status te bewaren. De kwartaalcijfers vertellen bovendien niet wat er vandaag bij een afzonderlijke winkel gebeurt.
Het ontbrekende woord: winst
Omzet is ook nog geen winst. In onze fictieve winkel hebben we niets ingevuld over de inkoop van de stuks, lonen, huur of andere kosten. Je kunt dus uitrekenen hoeveel geld de verkoop oplevert, maar niet hoeveel er overblijft. Hetzelfde geldt voor een krantenkop met een omzetpercentage: dat getal alleen beantwoordt de winstvraag niet.
Om een omzetkop te begrijpen, helpen drie vragen: over welke periode gaat het, vergelijkt het getal geldopbrengst of volume, en welke correcties zijn toegepast? Daarna kun je gerichter lezen. Een groter kassabedrag kan bij meer verkoop horen. Het kan ook bij dezelfde honderd stuks horen, met een ander prijskaartje.