Tokenisering betekent dat een aanspraak of waarde digitaal wordt weergegeven op een programmeerbaar platform. De BIS beschrijft daarbij een reeks verschillende toepassingen en constructies. Het woord token zegt op zichzelf dus nog niet welke aanspraak er achter het digitale bewijs zit.
Stel dat een fictieve aanbieder duizend tokens uitgeeft rond een gebouw. Dan kan één token verschillende dingen voorstellen: een economisch belang, een vordering of een recht volgens een overeenkomst. Welke betekenis geldt, volgt niet uit het getal duizend. Daarvoor moet je de constructie achter de uitgifte kennen.
Het onderscheid wordt scherp zodra er iets misgaat. Wie beheert het gebouw? Wie ontvangt huur? Wie mag besluiten tot verkoop? En hoe kun je een aanspraak laten gelden? Een registratie op een netwerk kan informatie vastleggen, maar beantwoordt die vragen niet zonder de afspraken en het toepasselijke juridische kader.
Ook verhandelbaarheid is niet hetzelfde als een koper hebben. Technisch kunnen overdragen maakt een token niet automatisch liquide. Als niemand tegen een bruikbare prijs wil kopen, helpt een snelle digitale overdracht weinig. Het traditionele probleem van vraag en aanbod blijft bestaan.
De belofte van tokenisering wordt daardoor interessanter wanneer je voorbij het digitale laagje kijkt. Welke handeling wordt eenvoudiger en welk recht blijft precies overeind? Pas met dat antwoord weet je of er werkelijk iets nieuws is gebouwd, of vooral een nieuw etiket op een bekende financiële afspraak is geplakt.
