De Europese cryptoregels MiCAR stellen eisen aan bepaalde cryptoactiva en aan aanbieders van diensten. In Nederland vervullen AFM en DNB daarin verschillende toezichtstaken. De AFM behandelt onder meer vergunningaanvragen van aanbieders van cryptoactivadiensten. DNB houdt toezicht op bepaalde stablecoin-uitgevers. Het onderwerp van toezicht verschilt dus per activiteit.
Dat onderscheid voorkomt een veelgemaakte sprong. Een aanbieder die onder toezicht staat, biedt niet daarmee automatisch producten aan waarvan de waarde stabiel is. De regels kunnen eisen stellen aan de dienstverlening en informatie, terwijl de marktprijs van een cryptoactief nog steeds sterk beweegt. De AFM waarschuwt dat grote risico’s ook onder de nieuwe wetgeving blijven bestaan.
Vergelijk het met een ordelijk ingerichte markt: duidelijke spelregels maken niet ieder aangeboden object even waardevol. Die vergelijking is geen juridische beschrijving van MiCAR, maar laat wel zien waarom toezicht en rendement verschillende vragen zijn. De eerste gaat over normen en gedrag; de tweede over een onzekere economische uitkomst.
Daarom moet de precieze vergunning of registratie worden gekoppeld aan de betreffende dienstverlener en activiteit. Een los logo of de mededeling gereguleerd vertelt te weinig. Ook mag toezicht niet worden verward met de Nederlandse depositogarantie voor banktegoeden. Crypto aanhouden wordt door een vergunning geen gegarandeerde spaarrekening.
Voor het publieke gesprek is dat winst: we kunnen tegelijk erkennen dat regels ertoe doen en dat het marktrisico blijft. Het alternatief is steeds heen en weer springen tussen twee uitersten, alsof crypto volledig ongereguleerd of volledig veilig moet zijn. In werkelijkheid is de bruikbare vraag smaller: wat wordt precies gecontroleerd, en wat blijft voor rekening van de houder?
