De beurswaarde, ook marktkapitalisatie genoemd, is de aandelenkoers vermenigvuldigd met het aantal uitstaande aandelen. Investor.gov gebruikt precies die vermenigvuldiging om het begrip uit te leggen. Een aandeel is een stukje van de taart; de prijs van dat ene stukje vertelt niet hoeveel stukken er zijn.
Stel dat onderneming A een miljoen aandelen heeft van 10 euro. De beurswaarde is dan 10 miljoen euro. Onderneming B heeft 50.000 aandelen van 100 euro: samen 5 miljoen. Het goedkopere losse aandeel hoort in dit voorbeeld bij de onderneming met de hoogste beurswaarde.
Zelfs die totale beurswaarde beslist nog niet wat goedkoop is. Daarvoor ontbreekt onder meer wat een onderneming verdient, welke schulden zij heeft en welke toekomst je in die prijs veronderstelt. De vermenigvuldiging geeft omvang volgens de aandelenmarkt; zij geeft geen oordeel over de kwaliteit van de aankoop.
Dat zie je ook bij een denkbeeldige aandelensplitsing. Als ieder oud aandeel wordt vervangen door twee nieuwe, is het logisch dat de prijs per stuk zich daaraan aanpast. Er staat door het doorknippen van een eigendomsbewijs geen tweede fabriek en er komen niet vanzelf nieuwe klanten. Het aantal stukjes verandert, niet door die handeling alleen de onderneming.
De volgende keer dat een koerslijst je lokt met een laag bedrag, ontbreekt er dus een tweede getal. Hoeveel aandelen zijn er? Pas met dat getal krijgt de prijs schaal. En pas met het verhaal van het bedrijf krijgt die schaal betekenis.
