Stel je een museum voor als een bedrijf met twee soorten bezit. Het ene deel hangt aan de muur en verdient zijn plek terug via bezoekers, kaartverkoop en de winkel. Het andere deel staat in een opslag: verzekerd, beveiligd, op de juiste temperatuur gehouden en vrijwel nooit door iemand bekeken. Voor de meeste musea is dat tweede deel veruit het grootste. Het kost ieder jaar geld en levert geen publiek op. Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam heeft dat model omgedraaid: het depot zelf werd een bestemming die je tegen betaling kunt bezoeken.
Het Depot Boijmans Van Beuningen staat als een bolle, spiegelende kom aan het Museumpark, naast het museum. Het gebouw is ontworpen door architect Winy Maas en sinds 2021 open voor publiek. Binnen ontdek je dat het geen museum met zalen is, maar een kast: de collectie is opgeslagen in klimaatcompartimenten waar je als bezoeker langsloopt, en ook het werk dat nodig is om zo'n verzameling te bewaren en te beheren speelt zich in het zicht af.
Over de omvang van wat je daar ziet, circuleren verschillende getallen. Op Wikipedia staat dat er 70.000 werken te zien zijn. Het museum zelf houdt in zijn eigen informatie over het depot een aanzienlijk hoger aantal aan, ruim 150.000 objecten, verdeeld over veertien compartimenten met vijf verschillende klimaten. Waar de encyclopedie en het museum elkaar tegenspreken, weegt de eigen opgave van het museum hier zwaarder; het Wikipedia-getal lijkt verouderd. Voor het verhaal maakt het intussen weinig uit: het gaat in beide gevallen om een collectie die zonder depot grotendeels onzichtbaar zou zijn.
Dat het depot er staat, heeft alles te maken met een sluiting. Op zondag 26 mei 2019 ging de toegangspoort van het hoofdgebouw dicht voor een grote renovatie en verbouwing. Volgens Wikipedia zou die waarschijnlijk tot 2029 duren, maar dat is een planning, geen vaststaand feit: bij grote publieke bouwprojecten verschuiven zulke data vaker wel dan niet. Een museum dat een decennium dicht is, verliest normaal gesproken zichtbaarheid, publiek en een deel van zijn inkomsten.

Boijmans koos ervoor de collectie in die periode juist rond te laten gaan: bij buurmusea, in het Erasmus MC, in Rotterdamse schoolklassen en via bruiklenen aan musea in het buitenland. Het depot is in dat plan de vaste thuisbasis, de plek waar het museum zichtbaar blijft terwijl het eigenlijke museum ontbreekt. Economisch is dat een manier om een merk in de lucht te houden gedurende jaren waarin het kernproduct niet leverbaar is.
Voor de gemeente Rotterdam was het ook een vastgoedbesluit. Op 5 november 2015 stemde de gemeenteraad in met een wijziging van het bestemmingsplan voor het Museumpark, waardoor het bijzondere kunstdepot gebouwd kon worden. Zo'n besluit klinkt technisch, maar het bepaalt wat er met een van de bekendste stukken grond van de stad gebeurt en welke publieke functie daar decennialang gaat staan.
De renovatie van het hoofdgebouw bleek intussen niet zonder wrijving. In de zomer van 2021 werd bekend dat Robbrecht en Daem, de architecten van de nieuwbouwvleugel uit 2003, het museum voor de rechter wilden dagen nadat was aangekondigd dat die vleugel voor de renovatie gesloopt zou worden. Hoe die zaak is afgelopen, is voor dit artikel niet tot een uitspraak gevolgd. Het illustreert wel dat grote publieke bouwprojecten zelden alleen een bouwkundige kant hebben.
Wat koop je nu eigenlijk als je een kaartje voor het depot neemt? Het depot is alleen toegankelijk met een online ticket voor een tijdslot, zo meldt het museum, en wie vaker wil komen, kan dat met een privilege- of vriendenpas. Binnen loop je langs de opgeslagen collectie en langs presentaties die speciaal voor het depot worden gemaakt.
Twee recente voorbeelden laten zien hoe breed dat aanbod is. Met Pixel Pioneers laat het museum in twee zalen zien hoe kunstenaars digitale technologie gebruiken om te experimenteren en hoe een uitvinding als de pixel de kunst en cultuur van nu heeft beïnvloed. En deze zomer keerde de Pindakaasvloer van Wim T. Schippers terug als eerbetoon aan de kunstenaar: een werk dat bijna niets kost aan materiaal, maar wel volle zalen en internationale aandacht oplevert.
Hier wordt de economische logica zichtbaar. Een gewoon depot heeft één functie: bewaren. Het depot van Boijmans stapelt daar functies bovenop. Het is opslag, tentoonstellingsruimte, publiekstrekker en ook horeca. Het museum biedt de mogelijkheid een bezoek te combineren met een diner bij Restaurant Renilde, waarbij je verschillende kunstcompartimenten bekijkt nadat de deuren voor het publiek zijn gesloten, met een gratis aperitief erbij. Van kunst kijken naar kunst op je bord, noemt het museum dat zelf.
Ieder van die functies is een reden om een kaartje te verkopen, terwijl de grootste vaste kosten, klimaatbeheersing en beveiliging, er toch al waren. Dat is het aantrekkelijke aan de redenering: de marginale kosten van een extra bezoeker zijn laag zolang het gebouw hoe dan ook op temperatuur moet blijven en bewaakt moet worden. Elke euro entree en elk diner komt dan bovenop een kostenbasis die het museum niet kon vermijden.
Toch is het te vroeg om het depot een financieel succes te noemen. Publieke toegang maakt een depot ook duurder dan een gesloten depot: meer personeel, meer toezicht, meer slijtage aan een gebouw dat tegelijk als tentoonstellingsruimte moet werken. De cijfers die je nodig hebt om van rendement te spreken, wat bouw en exploitatie kosten, hoeveel bezoekers er per jaar komen, wat kaartverkoop en het dineraanbod opbrengen en of dat de extra kosten van publieke toegang dekt, zijn voor dit artikel niet uit primaire jaarcijfers geverifieerd. Zonder die tabel blijft de rekensom een redenering.
Wat wél aantoonbaar is, is de maatschappelijke waarde: een collectie die anders jarenlang grotendeels onzichtbaar zou zijn, is nu te bezoeken, en een gesloten museum blijft een van de levendigste culturele instellingen van het land. Het depot is daarmee vooral een interessant experiment in de vraag hoe een publieke instelling waarde haalt uit bezit dat ze toch al moet onderhouden. Als bewaren onvermijdelijk geld kost, laat het bewaren dan ook iets opleveren, in aandacht, in bezoek en in merkwaarde. Of die redenering ook in euro's sluit, moet uit jaarcijfers blijken. Tot die tijd geldt: het depot bewijst dat opslag zichtbaar en aantrekkelijk kan zijn, maar nog niet dat het zichzelf terugverdient.
Wil je het zelf zien: Depot Boijmans Van Beuningen, Museumpark, Rotterdam. Tickets met tijdslot via boijmans.nl, eventueel gecombineerd met het diner bij Renilde. En kijk aan het eind nog één keer naar de spiegelende gevel: je ziet Rotterdam, en jezelf, in een gebouw dat is bedoeld om alles te bewaren.
Bronnen, bijschriften en beeldrechten

